Voorpagina « Tragiek van Paddestoelenmuziek



Op deze pagina vind je de tweede uit een reeks van achtergrondartikelen over Eftelingmuziek. De artikelen zijn exclusief voor Erwin's Eftelingsite geschreven door Ruud Heesters. In dit artikel lees je het verhaal achter de muziek van de 'Muzikale Paddestoelen'. In het Sprookjesbos van de Efteling klinkt uit de paddestoelen de muziek van een clavecimbel. Overal waar je er wandelt word je al decennia lang begeleid door een vrolijk en licht melodietje. In het kabouterdorp speelt een kabouter in een holle boom. De paddestoelenmuziek is verkrijgbaar op enkele Efteling-CD's, met de mysterieuze aanduiding Menuet, J.S.Bach/I.Kipnis. De diverse websites rond de Efteling melden dat hier sprake is van een polonaise van Anna Maria Bach. Sommige ingewijden noemen zelfs de geheimzinnige formule BWV 119.

Dit zijn de vragen...
Over de paddesntoelenmuziek bestaan in de Efteling en onder de liefhebbers enkele vergissingen. De paddestoelenmuziek is geen polonaise, is niet geschreven door Anna Maria Bach en hoogstwaarschijnlijk zelfs niet door de wereldberoemde Johann Sebastian Bach. De eer voor dit bekende paddestoelenmelodietje komt toe aan ene Christian Pezold. Wie was hij en hoe schreef hij het bekende melodietje? Waarom leeft de paddestoelenmuziek voort onder Bachs naam en wie was Anna Maria Bach? Wie is trouwens I.Kipnis?

...en de antwoorden
Christian Pezold was organist en componist aan het hof in het Duitse Dresden in de 18e eeuw. Hij schreef de melodie van de paddestoelen, en nog veel andere muziek. Johann Sebastian Bach was in dezelfde tijd componist. Componisten bewerkten vaak elkaars muziek. Rond 1720 schreef en verzamelde Bach enkele oefenstukjes voor klavecimbel. De melodie van Pezold verscheen in 1725 in het derde verzamelboekje van Bach, het Notenbüchlein voor Bachs tweede vrouw (en nichtje), Anna Maria. Veel later werd alle muziek van Bach genummerd met de code BWV: Bachs Werke Verzeichnis. Het menuet van Pezold kreeg de code BWV anh. 114. Er bestaat trouwens ook een werk van Bach onder de codenaam BWV 114, maar dat is een zangstuk. In de Efteling wordt de melodie gespeeld door Igor Kipnis. Kipnis is een beroemde klavecimbelspeler. Hij speelt alle klavecimbelmuziek van Bach op cd. De opname van het vrolijke melodietje is heel geschikt om een wandeling over de looppaden door het sprookjesbos te begeleiden.

De mythevorming rond de paddenstoelenmuziek is spannend voor sprookjesliefhebbers. Maar ook de echte ontstaansgeschiedenis van de paddestoelenmuziek is fascinerend. Uit nieuwsgierigheid naar de achtergrond van de Eftelingmuziek, en uit respect voor componist Christian Pezold gaan we in deze tekst in op de paddenstoelenmuziek, of officiëler: het menuet van Christian Pezold uit het Tweede Notenbüchlein voor Anna Maria Bach, Bachs Werke Verzeichnis Anh. 114.

Christian Pezold: de componist van de paddestoelenmelodie
Christian Pezold werd geboren in Koenigstein in 1677 en overleed in Dresden in 1733. Hij was organist en componist aan het hof in Dresden. Hij schreef waarschijnlijk de paddenstoelenmelodie en andere muziek. In het hof van Dresden woonde de schatrijke keurvorst van Saksen, Frederik Augustus. Hij hield van Franse gedichten en theater, van Italiaanse opera's en liederen. Frederik Augustus was ondernemend: hij bouwde grote paleizen, en gaf opdracht tot het maken van schilderijen, beeldhouwwerken, muziek en theater. Oude en nieuwe kunstwerken werden aangeschaft of ontworpen. De musea waren gevuld met rijksschatten in goud, ivoor en porselein. In deze pracht en de praal schreef Christian Pezold zijn paddestoelenmelodie. Geen wonder dat het paddestoelenmuziekje zo vrolijk klinkt.

Aan het hof van Dresden werd muziek gespeeld bij balfeesten, diners, jachtpartijen, huwelijksfeesten, carnavals, kamervoorstellingen, opera en in de protestantse en de katholieke kerken van het hof. De muziek werd vooral gespeeld door het orkest of hofkapel van Dresden. In dat orkest speelden alleen virtuozen die muziek konden spelen en ook zelf konden componeren. Daarnaast vroeg het orkest bevriende componisten om nieuwe muziek te maken: aan beroemdheden als Bach, Telemann en Vivaldi. Petzold was de virtuoze klavierspeler en componist in het orkest. Maar er speelden ook violisten, bassisten, hoornisten, trompettisten en vele anderen. Regelmatig werd het orkest uitgebreid. Of Pezold en Bach ooit bij elkaar op bezoek zijn geweest weten we niet.

J.S. Bach (1685-1750) en Anna Maria Bach (1701-1760)
Johann Sebastian Bach was in die muzikale tijd componist en concertmeester in Cöthen aan een ander hof. Ook aan dit hof was het een vrolijke en muzikale boel, maar het orkest van Dresden was wel beter. Bach onderhield graag contacten met zijn muzikale collega's in Dresden. Na een korte ziekte overleed Maria Barbara, de eerste vrouw van Bach. Bach bleef achter met vier kinderen. De sopraan Anna Magdalena werd zijn tweede vrouw. Ze kregen 13 kinderen.

Net als de muziek uit Dresden is ook Bachs muziek uit Cöthen heel levenslustige muziek. Helaas is het meeste werk verloren gegaan. Van 1720 tot 1725 verzamelde vader Bach drie notenboeken vol favoriete familieliedjes. Deze boekjes vol liedjes geven een indruk van het muzikale leven van de Bachfamilie in de 18e eeuw. Bach verzamelde eerst voor zijn oudste zoon wat muziek voor klavier. Dit werd het Clavier-Büchlein voor Wilhelm Friedemann Bach. Het tweede en derde oefenboekje werden gemaakt voor Anna Magdalena. Het was muziek om te zingen - want Anna was zangeres - en om te spelen - want de kinderen speelden klavier. Het originele klavierboek is gebonden in groen perkament, met gouden versieringen op de kaft en rug, en randen voorzien van goud-op-snee, op de kaft de initialen AMB met het jaar 1725 eronder, samengehouden door satijnen linten. Sommige muziekstukjes in dat boekje had Johann Sebastian Bach zelf geschreven. Andere muziek werd gekopieerd van zijn collega-componisten. Het beroemde melodietje van Pezold verscheen op die manier in de muziekverzameling van Bach. Maar ook twee vrienden van de familie, twee zoons en Anna Magdalena zelf hebben muziek in het boekje geschreven. Dat is te zien aan het handschrift.

Dansmuziek in de paddenstoelen
Het melodietje van Pezold is dansmuziek, een menuet. Dansen was vroeger heel gebruikelijk. Dansmuziek was in principe eenvoudig, met een begin en een slot: A en B. Het orkest speelde het begin twee keer en het slot twee keer, je hoorde A-A-B-B. Als je goed luistert hoor dat ook de paddestoelenmuziek die structuur heeft. Het bijzondere van de paddestoelenmuziek van Pezold is dat ze eenvoudige dansmuziek is. In de 18e eeuw werd dansmuziek soms zo erg versierd dat er niet meer op te dansen was. Vooral Bach was daar een meester in. Maar de menuetten van Christian Pezold zijn 24 maten lang. Dat is een handige lengte voor de danspassen omdat het danspatroon 12 maten telde. De menuetten van Pezold zijn dus goed dansbaar. Zo schiep Pezold een mooi evenwicht tussen de bruikbaarheid en artisticiteit.

En zo kennen we het open en vrolijke dansmuziekje van de paddestoelen in de Efteling. De melodie is dus een weerspiegeling van de artistieke vrije en hoogstaande danscultuur van het hof in Dresden. De muziek is kort daarna door de Bachfamilie omarmd toen zij leefden in een net zo vrije en blije hofwereld in Cöthen. En voor wie de menuet zelf wil spelen: het notenschrift is te vinden op internet www.musikschule-spandau.de/noten/menuet-1.htm

Igor Kipnis is een internationaal bekende bespeler van oude klavierinstrumenten zoals het harpsichord, clavichord en de fortepiano. Sinds zijn debuut in 1959 treedt hij op in uitvoeringen als klaviersolist met orkesten over heel de wereld. Hij heeft meer dan 80 albums opgenomen waarvan 57 solo. Hij won allerlei prijzen. Momenteel geeft Kipnis harpsichordlessen als adjunct-professor aan de Boston Universitiy. Ook geeft hij piano-interpretatielessen aan het Mannes College of Music in New York, en piano-uitvoeringen aan de University van Connecticut in Stamford. Igor Kipnis treedt nog steeds op.

Tot slot
Voor de echte liefhebbers: het complete Notenbüchlein voor Anna Magdalena Bach wordt gespeeld op een cd die je vaak makkelijk en goedkoop kunt verkrijgen bij drogistketens als Kruidvat. Vraag naar volume 16 van de Bach-editie. Soms moet die besteld worden. Op cd 118 hoor je onder BWV anh. 114 de muziek die je al jarenlang betoverd. Het is niet Bach maar de dans van de vergeten componist Christian Pezold. Dat is de tragiek van de paddestoelenmuziek.

tekst: Ruud Heesters, bewerking: Erwin Scheper