Voorpagina



Het Herautenplein in het Sprookjesbos is vanaf het prille begin al een plek geweest waar veel sprookjes te vinden zijn. Het plein leent haar naam aan de zes herauten die op het plein staan, bij de Magische Klok. De muziek die te horen is bij het sprookje is geschreven door Eric Goates en is te horen in de beide Aquanura-shows als thema van de Kikkerkoning. Hieronder het verhaal van de Magische Klok.

Het sprookje
Heel lang geleden woonden hier op een prachtig kasteel zes koningszonen. Ze waren zo ijdel, dat ze aan de machtige tovenaar een klok besteld hadden, met zes ridders te paard, zodat iedereen die de klok zag, aan hen zou denken. Bovendien mocht de klok pas gaan lopen en de bel gaan klinken, zodra de koningszonen op hun trompet bliezen. Ze hadden de tovenaar beloofd hem daar drie zakken goud voor te geven. Maar toen de klok klaar was en ze bij hem kwamen om de klok te halen, hadden ze zoveel geld uitgegeven aan mooie kleren en lekker eten, dat ze nog maar één zak goud over hadden, en 'm dus niet konden betalen. De tovenaar werd vreselijk boos. "Als jullie niet genoeg geld hebben, dan hadden jullie ook niet zo'n dure klok mogen bestellen," zei hij. 'Maak nu maar gauw dat jullie wegkomen. Ik verkoop die klok we-we-wel aan iemand anders" En toen zette hij hen buiten de deur.

Nu had Slimme Toontje, het knechtje van de tovenaar, achter de deur staan luisteren en zodoende alles gehoord. Aan deuren luisteren is een lelijk iets, maar Slimme Toontje had nog meer slechte eigenschappen. Hij kon liegen als de beste en was nog oneerlijk ook. Hij was alleen maar bij de tovenaar in dienst gekomen om stiekem achter alle geheimen te komen, in de hoop daar veel geld mee te kunnen verdienen. En hij verzon dan ook een heel boos plan. De volgende dag zei de tovenaar tegen Slimme Toon: "Toon, Toon, ik moet op reis. Ik ga proberen of ik niet iemand kan vinden, eh, die de Magische klok wil kopen. Hier is de sleutel van m'n kamer; pas goed op dat 'r niemand binnenkomt." "Hèhè, niet zolang ik er ben," zei Slimme Toon en hij wuifde de tovenaar na tot die achter een heuvel verdwenen was.

Toen rende Slimme Toon de trappen af en liep op een holletje het donkere bos door, naar het kasteel, waar hij zich bij de koningszonen liet aandienen. "Wat kom jij hier doen?" vroeg de oudste koningszoon. "Ik-ik-ik-ik ben de knecht van de tovenaar," zei Slimme Toon, "en ik kom jullie vertellen hoe je voor één zak goud de Magische Klok kunt krijgen. Als jullie mij die zak goud geven, dan zal ik de deur van de kamer van de tovenaar opendoen. Dan kunnen jullie de klok, nou, gewoon meenemen." "Hoera!" riepen de zes koningszonen. En toen ze hoorden dat de tovenaar op reis was, nam één van hen Slimme Toon voor zich op z'n paard, en reden met z'n allen in galop naar de toren van de tovenaar. De koningszonen pakten daar de gouden wijzers, de wijzerplaat, de zes ruitertjes en de bel op hun paarden en reden terug naar het kasteel.

Slimme Toon begon hard te werken. Hij metselde de wijzerplaat in het torentje van het kasteelplein. Daarboven kwamen de ruitertjes. En helemaal op het dak van de toren maakte hij de bel. De koningszonen keken hun ogen uit. Oh, wat een mooie klok was dat. En ze hadden veel plezier dat ze die goeie tovenaar zó lelijk bij de neus hadden genomen. Toen de klok klaar was, gingen de koningszonen hun trompetten halen. "Blaas maar", zei Slimme Toon, "dan zul je eens wat zien." Dat deden ze. En ja hoor, de wijzers van de klok begonnen te draaien, de ruitertjes begonnen te rijden en de bel... Mis. De bel begon niet te luiden. Hoe ze ook bliezen, de bel deed het niet. De koningszonen werden vreselijk boos op Slimme Toon. Want de bel, ja, de bel vonden ze het mooiste van de hele klok. Maar... Slimme Toon had het al gezien: "Hehe, eh, eh, we zijn de klepel vergeten," zei hij, "die ligt zeker nog in de kamer van de tovenaar. Uh, ik zal 'm wel even halen."

De tovenaar was intussen de hele dag op stap geweest om de klok te verkopen. Maar hij had niemand kunnen vinden die zomaar drie zakken goud kon betalen. En hij was zó moe geworden van al dat geloop, dat 'ie met z'n rug tegen een boom was gaan zitten om wat uit te rusten. Plotseling zag 'ie in de verte een klein kereltje aankomen. "Wat vreemd," zei de tovenaar tegen zichzelf. "Dat lijkt Slimme Toon wel. Ik dacht dat 'ie op de klok zou passen, e-en nou loopt 'ie hier, door het bos?"

Hij verstopte zich achter de boom, en ja hoor, daar kwam Slimme Toon voorbij, met de klepel op z'n rug. De tovenaar begreep er niets van, maar hij dacht wel dat er iets niet pluis was. En toen hij zag dat Slimme Toon de weg naar het kasteel insloeg, besloot 'ie hem ongezien te volgen. De zes koningszonen stonden al vol ongeduld te wachten, en ze hielpen Slimme Toon om op het torentje te klimmen. Daar hing hij de klepel in de bel, en toen riep 'ie naar beneden: "Blaast u nog eens. Nu zal het wel beter gaan." De zes koningszonen hieven hun trompetten naar hun mond en bliezen. De ruitertjes begonnen te rijden, en de bel begon te luiden. Maar wie kwam daar door de poort? De tovenaar. Hij begreep ineens alles en werd wit van boosheid. "Lelijke dieven die jullie zijn" riep 'ie tegen de koningszonen, "die mooie klok te stelen, waar ik drie jaar aan gewerkt heb. Wacht maar eens, ik zal jullie leren." En hij prevelde de sterkste toverspreuk die die kende.

Plotseling konden de koningszonen zich niet meer bewegen. Ze moesten stokstijf blijven staan, met de trompet aan hun mond. "Ieder kwartier zullen jullie moeten blazen," zei de tovenaar, "en als de ruitertjes dan gaan rijden, dan kunnen de mensen zien hoe jullie vroeger vrij en blij te paard door de velden reden, en hoe jullie nu voor straf in stenen beelden veranderd zijn." Slimme Toon probeerde zich nog te verstoppen achter de bel, maar de tovenaar had 'm al gezien. "En jij, Slimme Toon, jij zult voor altijd op het dak van de toren moeten blijven zitten en de bel luiden. Dan kunnen de mensen horen waar ze moeten komen kijken om een oneerlijke knecht te zien." En, zoals de tovenaar zei, zo gebeurde het. En zo is het nu nog. Ieder kwartier blazen de koningszonen op hun trompetten en ieder kwartier luidt Slimme Toon de bel. Maar hij is niet zó slim dat 'ie van de toren afkan. Misschien dat ooit de toverspreuk z'n kracht verliest en ze allen weer levend worden, dat de koningszonen weer vrij en wrang door de velden kunnen rijden, en dat Slimme Toon een eerlijke knecht wordt... wie weet, gebeurt dat nog 'ns. Want ja..., in sprookjes is alles mogelijk.

De magische klok in de Efteling
Op het Herautenplein, naast de Prinsenpoort zijn de herauten, de koningszonen, te vinden met in het midden de magische klok. Hier wordt 'ieder kwartier' het verhaal verteld zoals hierboven te lezen is (met uitzondering van de alinea die begint met 'De tovenaar was intussen de hele dag op stap geweest...'). Door de jaren heen zijn er wel enkele wijzigingen toegepast bij dit sprookje. De meest in het oog springende verandering is de vervanging van de herauten in 2012.

Sprookjesboek
Bij het sprookje staat natuurlijk ook het grote sprookjesboek, met daarin een korte samenvatting van het verhaal. Het verhaal staat weergegeven in het Nederlands, Engels, Duits en Frans. Hieronder de Nederlandse tekst:

Zes ijdele koningszonen bestelden bij de tovenaar een klok voor het kasteelplein, waarop zij zelf als stoere ridders werden afgebeeld. Toen de klok klaar was, vonden de prinsen drie zakken goud te duur en ging de koop niet door. De tovenaar ging kwaad op reis om de klok aan iemand anders te verkopen. Intussen leverde de sluwe tovenaarsknecht de klok echter wel voor één zak goud af bij de prinsen. Toen de tovenaar daar achter kwam veranderde hij knecht en prinsen in stenen beelden. En sindsdien spelen de prinsen als herauten elk kwartier op hun trompet...